Wie zorgt voor een goede akoestiek? ‘De architect is de spelverdeler’

intsite | Wie zorgt voor een goede akoestiek? ‘De architect is de spelverdeler’
  •   23 apr 2019
  • Filip Van der Elst

Het belang van een goede akoestiek in gebouwen is de jongste jaren alleen maar toegenomen. Maar gaat er in de praktijk ook voldoende aandacht naartoe, en hoe zit het met de kennis van architecten en bouwheren? Intsite.be verzamelde experts ter zake voor een interessant rondetafelgesprek.

Over één stelling zijn alle partijen aan tafel het roerend eens: ‘akoestiek is specialistenwerk.’ Maar welke partij is in een welbepaald project dan verantwoordelijk voor akoestiek? Volgens Laurens Boeckx (ingenieursbureau Macobo-Stabo) is dat de taak van de akoestisch ingenieur – als die er tenminste is: “Het aanstellen van een akoestisch ingenieur is altijd aangewezen. Hij is het eerste aanspreekpunt inzake akoestiek, en neemt de communicatie met de architect, de bouwheer en de aannemer op zich.”

In heel wat (kleinere) projecten is er echter geen sprake van een akoestisch ingenieur. Dat is een probleem, vindt Filip Verbandt (EVA-International). “Er is niemand die de nood van een stabiliteitsingenieur in twijfel trekt. Een akoestisch onderzoek is echter niet bij wet verplicht, en dan is de vraag onmiddellijk: ‘Wie gaat dat betalen?’. Als noch de architect, noch de aannemer, noch de bouwheer ervoor willen opdraaien, dan is er geen akoestisch ingenieur.”

Alles begint bij de bouwheer

Dominique Goven (Rockfon): “De initiële verantwoordelijkheid ligt bij de bouwheer. Later wordt de bal doorgespeeld aan de akoestisch ingenieur of de architect, die de technische verantwoordelijkheid dragen. Maar het is de bouwheer die het eisenprogramma samenstelt. Hij moet dit als eerste aankaarten.”

Maar is investeren in akoestiek wel interessant voor een bouwheer? Goven (Rockfon): “Het terugverdieneffect is moeilijk meetbaar. Maar de gevolgen van een kwalijke akoestiek zijn welbekend, zoals  leerkrachten met stemproblemen in schoolgebouwen.” Leon Spijkers (OWA) ziet dat er bij opdrachtgevers een kentering is ingezet: “Heel wat promotoren willen gezonde gebouwen neerpoten, sommigen willen zich hier ook echt in onderscheiden.” Peter Legrand (Interalu): “Hoe beter het gebouw scoort op vlak van gezondheid, hoe makkelijker de bouwheer een huurder vindt. Op die manier zorgt akoestiek voor een meerwaarde.”

Spijkers (OWA): “De bouwheer heeft de belangrijke taak om als eerste na te denken over de akoestiek. Alleen beseft hij dit niet altijd voldoende.” Net daarom wijst René Verhaegen (Renobo) op het belang van de architect. “De architect moet de bouwheer wijzen op het belang van akoestiek. Daar knelt in heel wat projecten het schoentje, zeker in de woningbouw: niemand wijst de bouwheer op mogelijke akoestische problemen.”

Beperkte opleiding

 “De onwetendheid van de bouwheer in grote projecten is vaak verrassend groot”, vult Peter Legrand (Interalu) aan. “In alle sectoren staan bouwheren vaak niet voldoende stil bij de mogelijkheden om de akoestiek te verbeteren. Daarom is de architect de spelverdeler in het te realiseren akoestische resultaat, in samenwerking met het studiebureau. Alleen is de opleiding die de architect hierover meekrijgt erg beperkt: vaak gaat het slechts om enkele uurtjes in de opleiding. Nochtans is de wetenschap rond akoestische absorptie en geluidsoverdracht bijzonder complex.”

Maar neemt de architect zijn verantwoordelijkheid ook voldoende op? “Dat hangt af van project tot project, maar algemeen zien wij een positieve evolutie”, vindt Boeckx (ingenieursbureau Macobo-Stabo). “Wij krijgen zelden nog plannen te zien waarin geen dubbele muren op chapes zijn opgenomen, om maar een voorbeeld te geven.”

“In verbouwingen zien we vaak problemen opduiken, zeker in horecazaken, waar de kostprijs een belangrijke factor is”, zegt Koen Van Cauwelaert (Asona). Een bijkomend probleem, dat zich ook in kantooromgevingen stelt, is dat de akoestische kennis van een interieurarchitect doorgaans beduidend lager ligt. “Omdat ze vaak geen bouwkundige achtergrond hebben wordt er van hen verwacht dat ze zelf actief op zoek gaan naar informatie”, zegt Spijkers (OWA). “Vooral jongere interieurarchitecten doen dat bewust, omdat ze weten dat het belangrijk  is”, aldus Van Cauwelaert (Asona).